Wat is er allemaal gebeurd?


Vier maanden voorbereiden op het Ijsselmeer waren hard nodig om het schip te leren kennen. Een prototype heeft altijd kinderziektes en dat kost tijd om op te lossen. Onze grootste zorg en geïnvesteerde tijd lag bij de elektrische motor. Die functioneerde verre van gewenst en belemmerde veel geplande activiteiten. Door een sluis varen is dan een onaangename gebeurtenis, dus je blijft op open water en dus op het Ijsselmeer. Zonder motor aanleggen was altijd een opgave, maar inmiddels voelt dat heel normaal …. Misschien had mijn moeder wel gelijk, een boor heeft geen motor nodig. Ook hebben we de nodige aandacht aan de canting kiel besteed en dan met name aan de bediening daarvan. Je moet goed opletten welke knop je indrukt om overstag te gaan. Het is wel even wennen. In totaal hebben 370 mijl gevaren van 0 tot 25 knopen wind.
De angst voor de mast zonder achterstag of topmast was in het begin nadrukkelijk aanwezig. Wij hebben zelf een topmast geïnstalleerd voor het geval dat het ergste zou gebeuren, maar in 25 knopen wind met de topmast A2 stond de Selden mast trots omhoog.

De eerste wedstrijd was de NRW Cup, een tweedaagse wedstrijd op het IJsselmeer eind april. Gezeild zonder meetbrief maar wel gaaf om mee te doen. Veel geleerd over het verstellen van de voorstag die met de afwezigheid van de achterstag de mastbuiging beïnvloed. Dus een lossere voorstag geeft meer doorhang in de voorstag en zijwaarts aan de mast, beide veroorzaken druk en druk heb je nodig met weinig wind.

De tweede wedstrijd zou de North Sea Race moeten zijn, maar door motor ophang problemen waren wij helaas niet in staat om deel te nemen. Jammer, maar het was niet anders. Wel hard doorwerken om te ontwikkelen en op tijd klaar te zijn voor de North Sea Regatta, daar wilden wij sowieso heel graag bij zijn. Nog niet alle motorperikelen waren opgelost, maar wij waren er wel in Scheveningen. Opvallend voor ons voor de start was de IRC handicap. Het schip is niet ontworpen als een IRC- gunstig ontwerp maar als eenheidsklasse. Dus waar IRC je beloond met een betere rating door zwaarder te zijn en met minder zeil, maar in de praktijk dus een langzamer ontwerp, wilden wij lichter zijn en met meer zeiloppervlakte om sneller te kunnen varen. Daarom ook de keuze voor een eenheidsklasse. Maar dat wij als 38 footer zo’n hoge rating kregen was verrassend. De rating was weliswaar extra zwaar door het uitproberen van een masttop A2, en een te groot grootzeil, maar nog steeds moesten wij de snelste boot zijn, en internationaal zelfs sneller dan Chieftan, een canting keel 50ftr. Dat kan toch niet? Er moet dus nog veel gebeuren om het IRC certificaat aan te passen, een nadeel als je de grenzen van een handicap systeem toetst.

Wedstrijdtechnisch was de North Sea Regatta een supergaaf weekend. Vaak overstag gaan vinden snelle boten niet leuk, je zeilt dan zeker niet je rating. Boothandling oefenen is ook erg belangrijk, de asymmetrische spinaker moet je op de boeg uit het water zien te houden anders heb je er straks twee. En dan eerst de canard zwenken en daarna de kiel. Daarnaast moet de canard ook iets groter gemaakt worden om met 3 tot 8 knopen minder te verlijeren. We moeten nog wel wat meer trainen om tijdens windward leeward wedstrijden beter te presteren. Als je echter zo snel als de wind vaart en de vloot ver achter je te laat, weet je weer waarom de Team Heiner 38 er is. Het gevoel van een Volvo 70, snelheid, makkelijk sturen, en continu planeren met een kielboot. Dat is pas gaaf! Sec gezien hebben we geen hoogstaande prestatie geleverd maar wel zeiltechnisch heel veel geleerd over een nieuw concept.

Een week later namen we deel aan de Delta Lloyd Gate Race. Dat was puur genieten! Veel wind, tot 35 knopen en veel water over het dek. Aan de prestatie kan je niet al te veel waarde hechten, maar we hebben wel gewonnen! En voor het varen met de Team Heiner 38 in veel wind op zee was het een mooi moment. Alles bleef heel, 20 knopen bootsnelheid halve wind en veel lol aan dek. Daar gaat het toch om?

Terug naar wedstrijdverslagen.